Always a click ahead

Uw afbeelding plots online? Wat zijn uw rechten en mogelijkheden?

Heden zijn de onderwerpen privacy en recht van afbeelding terug brandend actueel, dit mede door de actuele gebeurtenissen maar ook door blijvende digitalisering van onze maatschappij met inbegrip een nieuwe eenvoudige manier van communiceren wiens bereik eindeloos is.


“De keuze van procedure die door de benadeelde wordt gemaakt om de gemaakte beelden niet langer te laten verspreiden is bepalend voor de snelheid, doeltreffendheid van het eventuele verbod en de mogelijke schade vergoedende mogelijkheden.”


De wetgeving, zowel nationaal als Europees, omtrent dit onderwerp is legio, net zoals de toepasselijke rechtspraak. Dit is enerzijds positief te noemen, het is namelijk het bewijs dat de wetgever op verschillende niveaus de problematiek wil aanpakken, maar anderzijds zorgt dit tevens voor een versnippering waardoor het niet altijd eenvoudig is om het bos door te bomen te zien.

Ten einde uw rechten als persoon en deze van uw afbeelding te handhaven kan er beroep worden gedaan op verschillende juridische gronden, die cumulatief kunnen worden toegepast, namelijk “het recht van afbeelding”, “uw privacy recht” en “de wetgeving gegevensbescherming”.


“Dit uitgangspunt heeft als gevolg dat de bewijslast wordt omgedraaid en de verspreider van de afbeelding de verkregen toestemming zal moeten bewijzen.”


I. Recht van afbeelding

Het recht van afbeelding biedt de mogelijkheid om zowel preventief als repressief op te treden tegen het ongeautoriseerd publiekelijk maken of gebruiken van beelden.

Vooreerst gaat het recht van afbeelding uit van een dubbele toestemming van de persoon wiens beeltenis wordt genomen en/of verspreid, aldus een toestemming voor het nemen van de afbeelding en een toestemming voor het gebruiken van de afbeelding. Dit uitgangspunt heeft als gevolg dat de bewijslast, in tegenstelling tot een klassiek burgerlijk geschil, wordt omgedraaid en de verspreider van de afbeelding de verkregen toestemming zal moeten bewijzen.

De persoon wiens belangen worden geschonden door de verspreiding van zijn afbeelding, zonder zijn toestemming, kan naar de kortgedingrechter stappen en verzoeken om verspreiding- of publicatieverbod, mogelijks onder verbeurte van een dwangsom en provisionele schadevergoeding.

Let wel, bij uiterste hoogdringendheid kan men zelf via eenzijdig verzoekschrift ook een verspreiding- of publicatieverbod laten opleggen. 

Wanneer het gerechtelijk verbod niet afdoende is beschikt men, nadien en ten gronde, ook over een arsenaal aan middelen om: eerherstel te bekomen, een schadevergoeding in natura zoals de publicatie van het vonnis in de krant of een schadevergoeding bij equivalent te verkrijgen voor de geleden materiële als morele schade. 

De vordering op grond van het recht van afbeelding kan worden gebruikt ongeacht de kwalificatie van de tegenpartij. Het maakt aldus niet uit of de tegenpartij een natuurlijk persoon dan wel een rechtspersoon is of de afbeelding voor beroepsdoeleinden gebruikt wordt of niet.


II. Gegevensbescherming


“Niet enkel is er in deze procedure sprake van de omkering van bewijslast, gezien de beheerder, de mogelijkse verkregen toestemming zal moeten bewijzen, maar ook wordt het gerechtelijke procedure in de thuisplaats van het slachtoffer gevoerd.”


In tweede instantie gaat het recht van afbeelding hand in hand met de wetgeving op gegevensbescherming (i.c. de AVG en de Belgische wet betreffende de verwerking van persoonsgegevens). Ondanks dat beide een andere juridische basis kennen zijn de handhavingsmogelijkheden grotendeels gelijkaardig, waardoor het mogelijk is een gerechtelijk verbod tot verspreiding of publicatie en schadevergoeding te verkrijgen.

Wel is het zo dat in het kader van gegevensbescherming er mogelijks rekening moet worden gehouden met de hoedanigheid van de verspreider van de beelden en de uitzondering van het “huishoudelijk gebruik”.

Zo stelt de AVG namelijk dat de verordening niet van toepassing is wanneer persoonsgegevens, zoals afbeeldingen, verwerkt worden in het kader van een huishoudelijke activiteit.

“Deze verordening is niet van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door een natuurlijke persoon in het kader van een louter persoonlijke of huishoudelijke activiteit die als zodanig geen enkel verband houdt met een beroeps- of handelsactiviteit. Tot persoonlijke of huishoudelijke activiteiten kunnen behoren het voeren van correspondentie of het houden van adresbestanden, het sociaal netwerken en online-activiteiten in de context van dergelijke activiteiten. Deze verordening geldt wel voor verwerkingsverantwoordelijken of verwerkers die de middelen verschaffen voor de verwerking van persoonsgegevens voor dergelijke persoonlijke of huishoudelijke activiteiten.”

Bij de interpretatie van voormelde overweging moet natuurlijk rekening gehouden worden met de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie in het arrest Lindqvist.

Het Europees Hof stelt namelijk dat er sprake is van een elektronische en automatische verwerking van persoonsgegevens (afbeeldingen) wanneer deze worden opgeladen naar een server zodat deze openbaar worden gemaakt. Derhalve kan het posten van afbeeldingen op een website, een social media profiel gezien worden als een automatische verwerking van persoonsgegevens. 

De uitzondering van huishoudelijke activiteiten kan mogelijks in dergelijke situaties geen toepassing kennen gezien de gegevens (afbeelding) geopenbaard worden op een wijze zodat deze toegankelijk zijn voor iedereen die via het internet vrij toegang verschaft tot de website.

Als beheerder van een website (persoonlijk, bedrijf, vereniging) moet het plaatsen van de afbeeldingen gebaseerd zijn op een rechtsgrond, dit is meestal de toestemming van de betrokkene. 

Wanneer de persoonsgegevens beelden zouden zijn die betrekking zouden hebben tot iemands seksueel gedrag of gerichtheid, geldt een wettelijk verbod tot verwerking, behoudens de uitdrukkelijke toestemming van de betrokkene.

In lijn met voormelde rechtspraak zou overeenkomstig de Belgische wet gegevensbescherming een vordering tot staken kunnen worden ingediend in een procedure zoals in kortgeding.

Deze procedure zoals in kortgeding biedt als voordeel dat, in tegenstelling tot andere procedures waarbij de bevoegde rechtbank meestal deze is van de woonplaats van de verwerende partij, de rechtbank van de woonplaats van de eisende partij bevoegd is, dit zowel voor het opleggen van het verbod als voor het vorderen van een schadevergoeding.

Niet enkel is er in deze procedure sprake van de omkering van bewijslast, gezien de beheerder, de mogelijkse verkregen toestemming zal moeten bewijzen, maar ook wordt het gerechtelijke procedure in de thuisplaats van het slachtoffer gevoerd.

Echter is het aan de rechter om te oordelen dat een specifieke situatie onder het toepassingsgebied van de wetgeving gegevensbescherming valt.

Een procedure voor de Gegevensbeschermingsautoriteit behoort ook tot de mogelijkheden, maar zal waarschijnlijk meer tijd vragen alvorens een uitspraak verkregen wordt. 

De administratieve procedure die door de wetgever is opgesteld is namelijk tijdrovender dan het aanhangig van een procedure in kort geding of zoals in kortgeding voor de klassieke rechtbanken. Een bijkomend belangrijk is verschil is dat de Gegevensbeschermingsautoriteit, als administratief college, geen schadevergoedingen kan toekennen.


Probleem: Social Media


“Het gevaar sluimert in de niet openbare communicatie die vluchtig is en heden ten dage ook end-to-end geëncrypteerd is, waardoor zelfs de beheerder van het platform of de server ook geen kennis heeft van de content die aanwezig is of vlijtig wordt gedeeld.”


Het is belangrijk om weten dat niet alle social media een probleem vormen om uw rechten te handhaven, de beelden (eventueel gedwongen, onder verbeurte van dwangsom) te laten verwijderen. Het openbare profiel, mensen die foto’s posten of andere personen taggen vormen meestal geen probleem om aan te pakken.

Het gevaar sluimert in de (niet)openbare communicatie die vluchtig is en heden ten dage ook end-to-end geëncrypteerd is, waardoor zelfs de beheerder van het platform of de server ook geen kennis heeft van de content die aanwezig is of vlijtig wordt gedeeld.

Dergelijke praktijken zijn moeilijk vast te stellen en er ontstaat ook een spanningsveld tussen de privacy van de persoon wiens afbeelding wordt gedeeld of gecommuniceerd en het recht op privacy van de personen die deelnemen aan deze niet-openbare communicatie. Privacy is namelijk een grondrecht voor iedere natuurlijk persoon.

Door de juridische kwalificatie van social media als diensten van informatiemaatschappij, dient men bij het gebruik van dergelijke communicatiemiddelen rekening te houden met strafrechtelijke bepalingen en mogelijks, in de toekomst, de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie die een verdere toepassing kan maken van het arrest Lindqvist.

Het meedelen, het toegankelijk maken, het verspreiden van expliciete beelden, ook via geëncrypteerde berichten, is namelijk strafbaar wanneer dit gebeurt zonder toestemming of medeweten van de afgebeelde persoon.


III. Gerechtelijk wetboek en de strafwet

Een derde mogelijkheid ontstaat wanneer de gepubliceerde afbeeldingen de seksuele integriteit van de betrokken persoon in het gedrang brengen, dan kan naast het recht op afbeelding en gegevensbescherming rechtstreeks beroep worden gedaan op gerechtelijk wetboek.

Zo bestaat er sedert 1 juli 2020  de mogelijkheid om aan de hand van een eenzijdig verzoekschrift naar de voorzitter van de rechtbank te stappen en een verbod op publicatie van de beelden te vorderen waarbij een termijn van 6 uur wordt toegestaan om de beelden te verwijderen, dit onder verbeurte van een dwangsom.


De digitalisering van ons bestaan brengt nieuwe juridische en technische uitdagingen met zich mee, waardoor meer dan ooit beroep dient te worden gedaan op ieders moreel kompas.

De keuze van procedure die door de benadeelde wordt gemaakt om de gemaakte beelden niet langer te laten verspreiden is bepalend voor de snelheid, doeltreffendheid van het eventuele verbod en de mogelijke schade vergoedende mogelijkheden.

Wenst u meer informatie omtrent het recht van afbeelding, uw privacy online, de handhavingsmogelijkheden, dan kan u vrijblijvend contact op nemen met Mr. Maarten Verhaghe, maarten@vdv-ilaw.com


Follow us: