Always a click ahead

Vriendschapsverzoek: de politie, uw vriend op sociale media?

Mag justitie en politie sociale media gebruiken in  een strafrechtelijk onderzoek?                                  


DEEL 1  SOCIAL MEDIA: EEN OPEN BRON VAN INFORMATIE?


1. Inleiding 

Sociale media, misschien wel een van de meest ingrijpende technologische evoluties van de huidige eeuw. Wat begon als een grap op Harvard door Marc Zuckerberg, groeide uit tot een internationaal platform met het gekende succes als gevolg.

Apps als Facebook, Instagram, Whatsapp, YouTube, TikTok, Snapchat, Twitter… zijn een soort van gewoonte geworden. Persoonlijke gebeurtenissen worden in de virtuele wereld gedeeld en geliked. Personen worden digitaal in foto’s getaged… Zonder er echt bij stil te staan gooien we ons privé leven op het internet of staan we er zelf willens nillens op.   

Sociale media is dus een grote bron van informatie geworden en dit uiteraard ook voor politie en justitie in het kader van een strafrechtelijk onderzoek.   

In welke mate kunnen de politie en het openbaar ministerie dergelijke digitale gegevens in een strafrechtelijk onderzoek gebruiken? Wat met het recht op privacy? Meer nog, kunnen bedrijven van dergelijke platformen verplicht worden om private communicatie aan de politie over te maken?  


2. Sociale Media: een open bron van informatie? 

In België is de bewijsvoering in strafzaken vrij. In dit opzicht zorgt sociale media voor opportuniteiten voor de politie en het openbaar ministerie inzake misdaadbestrijding. 

Het is belangrijk om een onderscheid te maken tussen informatie op sociale media die op zichzelf niet strafbaar is  (zoals het delen van foto’s, gedachten…) en informatie op het platform die inhoudelijk strafbaar is (zoals racistische uitspraken, discriminerende uitlatingen…). Gedeelde informatie die niet strafbaar is, kan wel belangrijk zijn om de communicatie tussen bepaalde personen te bewijzen. *   

Op sociale media zijn de meeste gegevens openbaar en zichtbaar voor iedereen. In het opzicht van een strafonderzoek is voormelde “openbaarheid” een cruciaal gegeven. In welke mate zijn sociale media platformen en de onlinegegevens van een persoon  “voor het publiek toegankelijk” en vanaf wanneer zijn ze louter privé? **

Buiten de virtuele wereld zijn plaatsen die toegankelijk zijn voor het publiek plaatsen met een publieke bestemming, zoals winkels, restaurants, musea,… Met andere woorden, het moet dus gaan om plaatsen waartoe het publiek gewoonlijk toegang heeft. ***   

Sociale media platforms worden gekenmerkt door openbaarheid. Iedereen is welkom om zich te registreren op Facebook, Instagram,… 

Hieruit volgt dat zaken die openbaar worden gepost op sociale media door de politie en/of het openbaar ministerie kunnen worden gebruikt als bewijsmiddel zonder dat hiervoor bijkomende voorwaarden of de toestemming van de onderzoeksrechter vereist zijn. Dit leidt ertoe dat de bewijsverzameling een stuk eenvoudiger wordt, zeker wanneer het platform de plaats van de misdaad zelf is. Denk bijvoorbeeld aan het verspreiden van racistische beelden op facebook, cyberpesten, aanzetten tot haat, belaging,… 

Juridisch gezien kadert deze bevoegdheid van de politie binnen artikel 8 van het Wetboek van Strafvordering. Op openbare plaatsen, ook die in de cyberwereld, kan de politie altijd opsporingen uitvoeren. Hieronder vallen ook de voor het publiek toegankelijke virtuele plaatsen, wanneer de toegang tot voormelde plaatsen louter vormelijk is. ****   

Het Hof van Cassatie heeft zich uitgesproken over wat er bedoeld wordt met virtuele plaatsen waarvan de toegang louter vormelijk is. Het komt er op neer dat loutere toetredings- en registratievoorwaarden er niet voor zorgen dat een online platform als een private plek kan worden gezien.  Het is niet omdat je op facebook een profiel moet aanmaken en jouw persoonsgegevens moet invullen, dat het platform niet publiek toegankelijk is. Iedereen is in staat om deze gevraagde gegevens (al dan niet vals) in te vullen. Ook wanneer registraties gecontroleerd zouden worden, zoals bijvoorbeeld de leeftijd van een persoon, blijft het platform publiek toegankelijk. Daarnaast kan je inderdaad een profiel op sociale media “privé” zetten, maar met een simpel vriendschapsverzoek hebben mensen nog altijd toegang tot uw profiel… Wat voor het “publiek toegankelijk” is, is in de cyberwereld aldus een zeer ruim gegeven.*****


3. Besluit

We kunnen besluiten dat indien een post openbaar wordt geplaatst, het zichtbaar is voor het wereldwijde web. Once on the internet, always on the internet. Politie en justitie kunnen, zonder toestemming van een onderzoeksrechter, profielen, foto’s, berichten, … onderzoeken en opslaan om ze te gebruiken als bewijsmiddel in strafzaken. 

In een tweede deel zal dieper ingegaan worden op het gebruik van de private communicatiemiddelen van sociale media platformen en bewijsvoering in strafzaken. 

Meer weten ? Contacteer  mr. Amélie Vandenberghe – amelie.vandenberghe@vdv-ilaw.com

* KERKHOFS, J., VAN LINTHOUT, P. en CONINGS, C., Cybercrime 3.0, Brussel, Politeia, 2019, 325-328.

** Ibid, 333-334.

*** Cass., 30 juni 1924, Pas. 1924, I, 435.

**** KERKHOFS, J., VAN LINTHOUT, P. en CONINGS, C., Cybercrime 3.0, Brussel, Politeia, 2019, 343-346.

***** Cass


Follow us: